woensdag 2 november 2011

Toepassingskaart, Constructivistische les

Eigen leerstijl

Uit de test die we moesten doen is gebleken dat ik een beetje van 2 leerstijlen van Kolb heb. Dat zijn de leerstijlen van een Doener en een Dromer. Een doener omdat ik wel graag mijn mening wil geven en die geef ik vaak heel impulsief, de eigenlijk gelijk. Maar een dromer omdat ik met opdrachten even afwacht hoe iets precies moet en een steuntje van andere nodig heb om eraan te beginnen. Een voorbeeld helpt hierbij vaak.

Observatie

Lln 1: Deze leerling gaat eigenlijk met elke les of elke opdracht gelijk aan de slag en zijn eerste ingeving gebruikt hij voor het maken van een opdracht. ( een doener )

Lln 2: Deze leerling gaat heel anders met een dergelijke situatie als hierboven om. Die wacht nog even af wat er precies gemaakt moet worden. Vraagt het liefst ook nog even aan de buurman of buurvrouw wat te doen. ( een dromer )

Lln 3: Deze leerling denkt heel goed na over zijn werk. Hoeft hierbij geen hulp te hebben van andere. Hij denkt na en neemt stapjes om tot de goede oplossing te komen. ( een denker )

Lesverloop

Groep: 5

Doel: een mening vormen over de stelling en daarover discussiƫren

Duur: 30 min

Eigen doel: Een onderwijsleergesprek goed laten verlopen.

Beginsituatie: De kinderen weten wat een mening is. De kinderen kunnen een eigen mening geven over de stelling.

Inleiding

Ik heb een stukje van het jeugdjournaal laten zien. In het jeugdjournaal wordt altijd een stelling gegeven waarover je in de klas kunt discussiƫren. Deze stelling zet ik later heel groot op het bord. We lezen de stelling op: Er moeten meer lessen gegeven worden over geld op de basisschool.

Kern

De kinderen mogen nu voor zichzelf gaan bepalen of ze het ermee eens zijn of niet. Hierbij moeten ze wel kunnen verklaren waarom ze dat vinden. Als je het ermee eens bent leg je het kaartje dat je gekregen hebt op groen en anders leg je hem op rood. De kinderen weten dat ze pas iets mogen zeggen als de vinger op gestoken is. Ik laat een aantal kinderen vertellen wat ze van de stelling vinden.

Slot

We sluiten de discussie af. Ik vraag aan de kinderen wat ze ervan vonden. Ook leg ik uit dat ze merken dat het heel moeilijk is als iemand een mening heeft je diegene er niet vanaf krijgt.

Reflectie kinderen

R: Ik vond het leuk om een discussie te voeren met de hele klas. Ik kon lekker veel zeggen en vertellen wat ik ervan vond.

G: Dit was heel leuk om te doen. Ik heb eigenlijk niks gezegd maar ik vond het leuk om naar andere te luisteren

P: Ik wilde zo graag elke keer iets zeggen en vond het moeilijk om te wachten.

Eigen Reflectie

Het was erg leuk om een onderwijsleergesprek te voeren met de kinderen. Met iets anders dan rekenen of taal zijn ze altijd best enthousiast. Je merkt ook dat bijna iedereen wel iets wil zeggen en het is dan wel weer jammer dat niet iedereen aan het woord kan komen. Volgende keer iets meer tijd gebruiken voor zo’n les. Het verbaasde me dat kinderen met een hele uitgesproken mening naar voren kwamen. Ik ga dit zeker vaker doen. Het is een leuke werkvorm en de kinderen worden er enthousiast door.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen