woensdag 2 november 2011

Toepassingskaart, Cognitie en ontiwikkeling

Waarom doe je wat je doet in je les, op de manier zoals je dat doet? Veelal is de methode leidraad voor de lesinhoud en de lesorganisatie. Maar, wie garandeert dat het ook effectief is wat de methode je aanreikt?
Maak een kritische analyse van één methode (handleiding en leerlingenmateriaal van jouw stageklas) voor wereldoriëntatie. Je maakt een keuze uit: aardrijkskunde, natuuronderwijs of geschiedenis. Als jouw school een geïntegreerde methode heeft, maak je daar een analyse van.

Vraag 1: Wat is de visie van de makers van deze methode op leren en ontwikkeling?

In wijzer door de wereld staat het aanleren van kaartvaardigheden centraal. In groep 5 starten de kinderen met topografie en dat wordt doorgezet in de latere groepen. De leerstof is bestaat voor een groot deel in het teken van aanvankelijk en voortgezet kaartlezen. Het begint klein zoals de eigen leefomgeving en in de jaren erna wordt het alsmaar groter over de wereld.

In wijzer door de wereld gaan kinderen op hun eigen manier naar de wereld kijken. Ze worden meegenomen naar allemaal verschillende plekken op de aarde. Het bied de kinderen volop gelegenheid om in te spelen op actuele onderwerpen die kinderen aanspreken.

De sleutelbegrippen zijn een heel belangrijk onderdeel in wijzer door de wereld. Dit is eigenlijk de houvast van elke les. Deze begrippen komen gedurende de les steeds weer terug. Deze begrippen vinden ze in deze methode belangrijk dat de kinderen ze weten. Verder is het aan de kinderen wat ze allemaal meepakken uit de lessen.

Voor de makers van deze methode staat leren voor en door de praktijk centraal. Ze ontwikkelen naar eigen zeggen innovatieve en aantrekkelijke leermiddelen die kinderen stimuleren zich optimaal en met plezier te ontplooien. De wensen en behoeften van leerkrachten, leerlinge en ouders staan daarbij centraal. Volgens Noordhoff Uitgevers geeft de methode alle kinderen een basis voor het leven in een veranderede maatschappij, door hen te prikkelen om de wereld te ontdekken, waardoor ze met enthousiasme eigenwaarde en zelfstandigheid ontwikkelen.

Vraag 2: Herken je elementen uit deze visie in de lesactiviteiten? Geef voorbeelden.

Als ik kijk in de methode zie ik heel duidelijk de opbouw die ze willen bereiken. Bij de methode van groep 5 beginnen ze heel klein bij de eerste hoofdstukken met ‘van boven af’. Dit gaat over de school en de eigen omgeving. Gaande weg wordt het groter. Hoofdstuk 3, een stad veranderd. Dit is al groter dan de eigen omgeving. Dan bij hoofdstuk 5 maken ze kennis met een atlas. De volgende hoofdstukken gaat het over Nederland en andere landen. Dit is een hele duidelijk opbouw. De kinderen leren dus stap voor stap.

Ik moet wel zeggen dat het heel erg is voorgekauwd voor de leerkracht. Wel ontzettend handig maar erg makkelijk. Ik denk dat als de leerkracht zelf zou moeten verdiepen in het onderwerp hij of zij er veel makkelijker over kan vertellen en interessanter maken.

Er zijn wel veel verdiepingsopdrachten aanwezig waar de kinderen dus geheel op eigen wijze te werk gaan om tot een goed resultaat te komen. De digibord software maakt het wel heel interessant voor de kinderen. Er zitten leuke opdrachten bij die je op het bord kunt doen.

Vraag 3: Maak de analyse met behulp van bovenstaande theorieën:
o Vier hoeken van Fogarty



Forgarty heeft een viekhoekenmodel ontwikkeld voor het beschrijven van de hersenvriendelijke klas:
1. Het klimaat scheppen VOOR het denken.
Dit houdt in dat we proberen een rijke leeromgeving te creeren waarin kinderen zich prettig voelen. Positieve emoties zijn nodig om aan te haken bij het lange termijn geheugen.

2. Vormgeven aan het leren MET denken.
Deze vaardigheden variëren van communicatieve en sociale vaardigheden tot vaardigheden van reflecteren van denken en reflecteren. De hersenen hebben noodzaak nodig om iets vanzelf op te slaan in het lange termijn geheugen.

3. Lesgeven in de vaardigheden VAN denken.
leren is actief bezig zijn met elkaar en met de praktijk. Leerkrachten moeten oog hebben voor actief leren. Werken vanuit thema’s, projecten, problemen, complexe taken en een rijk aanbod, zodat er voor elk wat wils is.

4. Denken OVER denken.
leren leren en leren denken heeft alles te maken met reflectie, zelfbeoordeling en zelfsturing. De taak van de leerkracht is het begeleiden van de leerling.

De vier hoeken van Fogarty komen deels wel voor in de methode ‘’wijzer door de wereld’’. Het klimaat scheppen voor het denken zal veel vanuit de leerkracht moeten komen. Wel is het ophalen van de vorige lees daar ook een onderdeel van.
Vormgeven aan het leren met denken komt ook terug in de methode. Het is namelijk een methode die werkt met veel verschillende werkvormen. Voor het lesgeven in de vaardigheden van het denken zal ook veel vanuit de leerkracht zelf moeten komen, de ideeën zijn er in ieder geval wel. De bedoeling van het begeleiden van de leerling komt minder sterk naar voren in de methode.

o Piramide van Bales



Bales heeft de leerpiramide ontwikkeld. Die geeft aan hoeveel iemand onthoudt bij verschillende leervormen.

In de methode ‘’Wijzer door de wereld’’ zou je kunnen zeggen dat ze samenwerken met de piramide van Bales.
Ze werken veel met audiovisueel materiaal. Dat in samenwerking met het digibord.

Het zelf doen en uitleg geven aan elkaar,waar de leerlingen het meest van onthouden. Komt ook veel in de methode terug. In het werkboek bestaan er veel verschillende opdrachten waar de leerlingen op verschillende manieren met elkaar samen moeten werken. Ook de verdiepingsopgave staan in de rol van zelf doen en uitleg geven aan elkaar.

o Schema denken en geheugen van D. Sousa





Volgens D. Sousa zijn hersenen parallelle verwerkers. Dat betekend dat de informatie die we tot ons krijgen, niet één voor één gaan verwerken, maar dat er van alles tegerlijk gebeurt. Hoewel we onze aandacht op het ene en vervolgens op het andere kunnen richten, zijn onze hersenen in staat om meerdere manieren met informatie om te gaan.
Informatie uit de omgeving komt tot ons door middel van zintuigen. De externe stimuli komen in onze zintuigen aan en worden omgezet in elektrische impulsen: neuronen gaan vuren en komen vervolgens terecht in zintuiglijke delen van het brein. De thalamus zorgt voor het screenen van al die binnenkomende informatie.

Wanneer zintuiglijke informatie niet verloren is geraakt dan gaat het van de thalamus naar de zintuigverwerkende delen van de cortex naar een tijdelijk geheugen. Hier kan de informatie enkele seconden langer in blijven. Net genoeg om te beslissen wat er mee moet gebeuren. In het werkgeheugen gebeurt het bewuste verwerken, daar is aandacht voor nodig. Hoe lang we ergens mee bezig zijn hangt van veel factoren af.
Twee dingen zijn bij het schoolse leren belangrijk: het kind moet begrijpen en het moet betekenis vol zijn: dat wil zeggen: het kind moet er iets aan hebben : het moet relevant zijn.

De methode ‘’Wijzer door de wereld’’ is juist een methode die werkt met de belevingswereld van de kinderen. Volgens D. Sousa kan je iets opnemen in je lange termijn geheugen als het relevant is. Je kunt aardrijkskunde lessen relevant maken als dat aansluit bij de belevingswereld van de kinderen.

o Document “Lijn in Leren” pagina 10; Cognitief middenbouw/bovenbouw
Hierbij gaat het erom dat het denkvermogen, concentratievermogen en zelfverantwoordelijkheid wordt gestimuleerd.


Bij de methode “Wijzer door de wereld’’, wordt dit op verschillende manieren gedaan. De verschillende manier komen doordat er geoefend wordt door middel van verschillende werkvormen binnen de methode.

Vraag 4: Wat vraagt deze methode van jou als leerkracht zodat deze methode hersenvriendelijk wordt?

- Het onderwerp wordt niet de groot waardoor de kinderen niet te veel informatie tegelijk binnen krijgen.
- Het geeft de ruimte om over dingen na te denken.
- Er zijn veel materialen (vooral bij de software) die het visueel maken voor de kinderen.
- Het is mogelijk veel verschillende werkvormen toe te passen tijdens de lessen. Kinderen leren van de leerkracht, van het boek maar vooral van elkaar.

Vraag 5: Beantwoord de volgende 2 reflectievragen:

1. Welke theorieën en opvattingen over hersenvriendelijk onderwijs inspireren mij?

De piramide van Bales vind ik inspirerend. Het blijkt dat je met veel verschillende werkvormen het meeste kunt bereiken bij kinderen. Kinderen hebben die verschillende werkvormen nodig om dingen te kunnen onthouden. Als je altijd maar op dezelfde manier lesgeeft blijft het niet hangen bij de kinderen.

2. Welke ambities heb ik ten aanzien van mijn onderwijs?

Ik vond het vroeger zelf ook saai als we maar elke keer boek open, opdrachten maken, boek dicht en dat 6 keer op een dag. Ik wil dat de kinderen lessen leuk vinden en ik wil ze op verschillende manieren met het vak bezig te laten zijn. Ik ben een grote voorstander van het visueel maken van de lessen. Van lezen onthouden kinderen maar een laag percentage. Het visueel maken gebruik ik dan ook in veel van mijn lessen en dit wil ik zo blijven doen. De kinderen zijn daardoor veel meer betrokken en aandachtig met de les bezig.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen